I had a dream ......

Of is het "I have a dream". Filisofische woorden terwijl ik worstel met de opdracht gehoor te geven aan de vele vragen omtrent de toch wel bijzondere bijna mystieke bouw van mijn Harley, middels een stuk(je) in ons aller clubblad Alemite (dat is nu dus de Alemite website geworden. Red.). Meevallen doet dat niet, want het omvat inmiddels een periode van ongeveer 6 jaar. Aan de andere kant is het een periode geweest van vele emoties, bloed, zweet en tranen, veel teleurstellingen maar vooral veel vreugde en plezier.
Je zou zeggen, daar moet je toch iets van zijn bijgebleven! Nou nee. Daarom geef ik nu de pen verder aan ........... Grapje. (indertijd gaf men de pen steeds door aan een volgend Alemite lid, om een stukje te schrijven voor het clubblad. Red.).
Hoe is het allemaal begonnen. Motorrijden deed ik al heel lang. Maar na een paar jaar zonder, begon het toch weer te kriebelen.
Na op verschillende merken te hebben gereden, had ik mij toch voorgenomen dat als ik ooit weer motor zou rijden dan moest het een H-D zijn. Dat was eigenlijk de enige motor die aan mijn gevoel van motor voldeed. Het geluid, het robuuste uiterlijk, .... gewoon mooi. Als ik zo'n ding zag, dacht ik: "Dat is pas een motor". Een gevoel dat voor al die andere merken steeds minder werd. Ik had het nog wel, als ik de oude foto van mijn ouders bekeek. Die hebben op al die mooie oude motoren gereden. Ze hebben een oude Ariël Slooper, een BSA, een Norton, een Imperial en uiteraard een H-D gehad. Jammer genoeg heb ik dit niet meegemaakt.

Een H-D zou het dus worden en anders maar niets. Maar ja, wie heeft er nu geld om zo iets te kopen. Sparen? Hoelang spaar je over ongeveer fl.20.000,-. Zelfs fl10.000,- zou met mijn geringe inkomsten meer dan 10 jaar kosten. Zo stond ik zo'n 6 jaar geleden hardop te denken op een camping bij Buurse. En zo werd  ik ook door anderen attent gemaakt op Jaap en Wies. Een stel uit Gennep, dat daar stond. Zij gaf muziekles, net als ik en Jaap reed z'n leven lang al Harley, zo had men gehoord. Dat moest dus klikken. Ik erheen. Het klopte; Jaap had een schitterende Liberator. Zoiets wou ik ook, maar ja ...... Er kwamen kennissen van Jaap op visite en al kletsend zei er één: "Waarom bouw je zo'n ding niet langzaam op. Je moet gewoon in je bewustzijn printen dat het jaren duurt en elke keer dat je weer een beetje geld over hebt, koop je een paar schroeven of een onderdeeltje en dan heb je weer tijd om die op te knappen en verder te sparen". Deze persoon reed zelf ook op deze manier. Hij had bijvoorbeeld geen spatborden en in plaats van een zadel een deken.
Eureka! Dat was het. Ze zeiden nog nadrukkelijk tegen mij: "Geduld hebben, geen haast en doorzetten". Nou, dat is redelijk gelukt, zoals jullie weten. Ongeveer een maand later belde Jaap mij op dat er in Eindhoven een halve motor zou liggen voor fl.2500,-. Twee spatborden, een tank, een frame en twee kisten met onderdelen van een blok en wat andere prutsels. Via een Harley rijder van laten we zeggen een iets zwaarder kaliber, konden we daar aankomen. Goed, wij, Jaap, die Biker en ik, met z'n drieën naar Eindhoven. Wij kwamen bij een heel huis vol Harley's. Hele, halve, in de woonkamer, keuken, buiten enz. Overal olie en onderdelen. Je kon tegen die olielucht aanhangen.
Het voorspatbord was nogal apart voor een Liberator. Het had een rechte voor-onderkant, net als een Electra en dat gecombineerd met wat andere onderdelen zou het dus een 45"  side valve uit 1952 moeten worden. Van het frame waren de gietstukken afgezaagd en een stel veren van een BMW vast gelast. Volgens de heren was het een Chopper geweest.
De boel gekocht en gelijk naar een plaatsje in de buurt gereden waar volgens onze kennis een framebouw bedrijf zat die dat achterstuk wel weer van gietstukken kon voorzien. Eén gietstuk was nog aanwezig. Daar aangekomen zaten we ineens tussen de echte zware jongens. De eigenaar was heel vriendelijk, dus wij het frame achtergelaten en peentjes zwetend, zo gauw mogelijk weer weg. Ze gromden ons nog wat na, maar bleven gelukkig achter. Afijn, ik terug naar Almelo met mijn spulletjes en natuurlijk alles aan iedereen laten zien. Dit was mijn Harley. Niemand zag echter wat in die bakken met roest en gedeukte tankdelen. Sommigen keken mij vol medelijden aan en anderen schoten in de lach.
Mijn vader lag op dat moment op sterven in het ziekenhuis. Toen ik hem vertelde dat ik een Harley ging bouwen, glimlachte hij en echt één van de laatste dingen die hij zei: "Je zorgt toch wel dat hij vooruit loopt, hè jongen?"
Pas toen ik thuis kwam snapte ik wat hij bedoelde. Want de schroothoop overziend, drong het angstige besef tot mij door, dat ik eigenlijk ook niet meer zag dan wat schroot. Kortom, ik had er helemaal geen verstand van. Ze hadden me gezegd: "Oh, het is net een puzzel, het is zo simpel, je zet hem zo in elkaar". Ja, ja. Als je het honderd keer gedaan hebt misschien. Daar stond ik met mijn trots maar zoals reeds eerder gezegd, geduld en doorgaan.
Ik kende Piet Wijdenes en vroeg hem of er ook een Harley club was, zodat ik met mensen in contact kon komen die er wel verstand van hadden. Piet verwees mij uiteraard naar de HDCT en hij had een nog betere tip, namelijk Tom. Tom en ik hebben vroeger vaak samen gereden. Nou ja, vaak? En we zijn allebei voorzitter geweest van de AMFC (Flying Elephants).  Ik had Tom allang niet meer gezien maar ook niet vergeten. Hij mij gelukkig ook niet. Zo vond ik een oud maatje in mijn directe omgeving die veel van Harley's wist en waarvan ik dacht: "Die doet dat wel even voor mij". Hoe anders zou het lopen.

Ik met tanks en spatborden naar Tom met het idee, hij maakt ze mooi en dan betaal ik dat. Natuurlijk wou Tom mij wel helpen. Zo'n drie weken later kwam ik er achter dat ons idee van helpen nogal eens uiteen liep. Ik ging eens kijken of mijn spul al wat opschoot. Ja hoor, ze waren al aardig bij geplamuurd "maar" zij Tom in al zijn wijsheid: "Het in de raderal zetten doe ik nog maar met de handjes heen en weer gaan kun je zelf ook. Als jij zo'n ding wilt, doe je maar zo veel mogelijk zelf". Zo had ik het nog niet bekeken maar gelijk had ie. Ik heb het geweten.
De spatborden en de tanks heb ik in totaal 6 keer afgeschuurd. Dan weer te ver, dan weer te hobbelig, enz. Een vakman doet dat in een avond, in één keer. Ik deed over een keer ik weet niet hoeveel avonden en dan was het weer niet goed. Het geheel heb ik ook een keer zelf gespoten. Je raad het al. Schuren dus. Maar ja, je moet het toch gewoon doen, gewoon proberen anders weet je zeker dat het niet lukt. Uiteindelijk was ik het toch zo zat, dat ik Ruud, een vriend van Tom, en vervolgens mij de beste spuiter die er rond loopt, gevraagd heb het te schuren en te spuiten. Ruud had de lijdensweg reeds mee aanschouwd en was een van degenen die ook steeds zei: "Doe maar weer over".
Dank zij hem ziet het spul er nu uit als nieuw en zonder foutjes. Je wilt tenslotte ook de mooiste Harley die er is en geen spuitwerk waar je je altijd aan blijft ergeren. Ruud, nogmaals hartstikke bedankt.
Geleerd heb ik er toch wel veel van, ook al was het maar dat het makkelijk lijkt maar vreselijk moeilijk is om die dingenmooi glad in vorm te krijgen. Een deel van de plaatjes die ontbraken heb ik zelf nagemaakt. Ondertussen was er weer telefoon geweest uit het zuiden des land. De heren aldaar hadden bijpassende wielen gevonden. Ik moest namelijk een remtrommel met ingevlochten naaf hebben. De wielen waren totaal verwoest maar de trommels waren nog wel bruikbaar. Meegenomen dus.

Ik had mazzel want op onverklaarbare wijze waren er kentekens over. Of ik belang daarin had. Ik ben wel principieel dacht ik maar ben hier toch maar op ingegaan en heb er één voor fl.750,- gekocht. Ik heb hem nog wel een beetje geknepen want ik moest hem eerst betalen en dan zouden ze het kenteken opsturen of aan Jaap geven. Dit is gelukkig goed gegaan. Aangezien na nu al ongeveer anderhalf jaar er nog niets met het frame gedaan was, was het de kunst dat ding weer terug te krijgen. Aangezien Jaap en ik er allebei niet meer naar toe durfden, hebben we onze Biker ingeschakeld die zich krom lachte en gelukkig met frame en al terugkwam.
Ondertussen was ik lid geworden van de HDTC en leerde verschillende mensen kennen. Eerst Jan Bokhove, waar ik na een avond visite wegkwam met een tas vol boeken over hoe je een Harley in elkaar moest zetten (toch wel veel aan gehad). En Arie, die later samen met Tom twee van de belangrijkste mensen voor mij zouden worden. In deze fase kwam ook Guus in beeld omdat ik namelijk nog geen gietstukken achter mijn frame had en Guus de aangewezen persoon was deze eraan te maken. Een nog groter probleem was dat ik er maar één had. Een gietstuk was niet aan te komen, ook niet op de sloop. Er zat niets anders op dan een nieuw frame te kopen of zelf een gietstuk maken. Maken dus!
Dit is echt een prachtig project geworden. We (Tom en ik) hebben het achterwiel uit de WLA van Tom gehaald, het ding op z'n zijkant gelegd en een gipsafdruk van beide kanten van het gietstuk gemaakt, deze twee passend tegen elkaar gemaakt en daar hebben we was ingegoten. Dit was-model weer exact bijgewerkt en aan een kennis van Tom meegegeven die bij een gieterij werkt. En zie daar; een Gietstuk!
Het was echt een ding om trots op te zijn. Afijn, ik met gietstukken en frame naar Guus, die net begonnen was met framebouw. Nou vergt het ontzettend veel vakmanschap om die verschillende metalen aan elkaar te lassen en het frame moest natuurlijk ook recht worden en de juiste afmetingen hebben. Petje af voor Guus, want het is gelukt.
Ondertussen verstrijkt de tijd al aardig. D.w.z. vaderdag, verjaardag, een meevallertje. Wat ik daar mee wil zeggen, dat ik ondertussen tankemblemen, een koplamp, een claxon enz. heb gekregen. Werkelijk alles wat maar aangrijpbaar is, gaat op aan Harley onderdelen en dat zijn er veel. Veel contact ook met Jan Willem Boon, Aad Samwell en Larry Elias. Als je mijn naam noemt, zullen ze zeggen: "Oh die". Aad heeft een schitterend zadel en tassen voor mij gemaakt. Jan Willem kent mijn adres uit het hoofd en dingen waar niet aan te komen is, heeft Larry wel. Zoals pas geleden een '52 dash bordje. Mopperen doen ze alle drie: druk, druk, druk, maar dat zal wel zo horen. Bij alle drie kan ik alleen maar zeggen: "Prima service, prima jongens!" Je belt ze 's morgens, 's avonds tijdens het eten (zij mij ook) maar de volgende dag kun je verder want de onderdelen zijn er. 
Afijn, om terug te komen op het frame, dat heb ik, samen met alles wat maar in aanmerking kwam, laten stralen in Aadorp (frame, jiffy, zadelplaat, voorvork, remtrommels etc.). Die lui vonden dat hartstikke leuk om tussen die grote wagonnen, auto's enz. ook eens wat van deze spulletjes te stralen. Ze deden dat gewoon met de grote hap mee. Ik moest dan wel even een half uurtje koffie drinken en net doen alsof ik verstand had van Harley's, want dat hadden zij op hun manier ook wel.
Daarna met de hele bubs naar Hengelo om te laten moffelen (de onderdelen, niet de mensen). Goed, voor mij wordt het een beetje vermoeiend, maar jullie willen allemaal weten waarom het zolang duurt. De remschoenen moeten opnieuw gevoerd worden, kan ik ook zelf niet maar mocht er wel met mijn neus bovenop staan. Klinken kan ik nu dus ook.

Wij zijn nu op het punt beland dat het rij gedeelte klaar is. Ondertussen ringetjes, schroefjes, schommels noem maar op erbij gespaard en gekocht. Arie en Tom gingen tussentijds veel naar beursen en kwamen thuis met onderdelen waar je normaal niet meer aan kunt komen. Bouwjaar '52 heeft alles net iets anders, bijv. de versnelling (één naar achteren), het stuur heeft net een andere kromming enz. Ze presteerden het steeds weer onderdelen te vinden voor een redelijke prijs en dat  heeft mij toch handenvol geld gescheeld. Goed, het rij gedeelte is af en voor we gaan bouwen nu het blok. 
Het eerste wat in mij opkomt is: "Arme Arie". Tijdens de HDCT weekenden had Arie min of meer toegezegd mij wel te willen helpen met het in elkaar zetten van het blok. Ik denk dat Arie niet wist hoe groot mijn onkunde en de puinhoop was en ik eigenlijk wel wist hoe aardig Arie was (is). Hier lijkt het even op een vorm van misbruik maar dit is zeker niet het geval. Ik wilde in al mijn onwetendheid het ook nog allemaal zelf doen. En ik wou ook weten hoe en waarom. In feite is dat niet alleen eigenwijsheid maar ook een stuk angst, onzekerheid dat zogauw ik dat in de grip kon krijgen, dat over zou gaan in zelfverzekerdheid. 
Met alle goede voornemens begon ik met parelstralen van het huis (carter, cilinders enz.). Arie had een straalcabine en daar mocht ik gebruik van maken. Zoals van alles had ik hier dus ook geen verstand van, maar ja, gewoon maar doen. Ten eerste straalde ik Arie's mooie ruitje tot matglas. Een week later sloot ik de boel niet helemaal goed aan, helaas was de druk wel goed, zodat de garage er parelwit uitzag en ik een uurtje moest vegen en zeven om het spul weer een beetje bruikbaar te maken. De gedachte 'Arme Arie' komt niet alleen daar vandaan, maar als ik terug kijk speelde dit en het vervolg zich af op zondag. De enige vrije dag en op die dag waren er ook uitzendingen van de formule I races. Zijn grootste hobby. Hij hielp, gaf aanwijzingen enz. maar miste een boel van het laatste jaar van Ayrton Senna. Buiten dat, schoot het natuurlijk niet erg hard op, want ik deed alles zelf, dus ook de lagers in de werkplaats laten vallen. Dat kost je gauw een uurtje. Afijn, het carter heb ik zelf in elkaar gezet, waarbij Arie natuurlijk de aanwijzingen gaf en de final tuch (klap met een hamer op zijn wangen) voor zijn rekening nam. Die klap met de hamer doet mij beseffen hoe belangrijk het is om het goede gereedschap te hebben. Ik mocht daar gebruik van maken. Als je al die speciale dingen niet hebt, kun je nog niets, ook al wil je nog zo hard.

Ondertussen dacht ik te beginnen met het in elkaar zetten van het rij gedeelte. Prachtige wielen (nieuwe velgen). Eén van de weinige nieuwe onderdelen. En helaas geen roestvrije spaken. Toen ik het spatbord er op had zitten en het wiel erin zette, scheelde dat zo'n 2 centimeter te veel naar links. Balen dus! Willem K. wist iemand van onze club die de boel opnieuw gespaakt heeft (ik weet nog steeds niet wie) (Dick Gelder, Red.) en nu gelukkig goed .
Ondertussen werd ik al jarenlang gekweld door al die vragende mensen. Vooral als het een mooie voorjaarsdag was en iedereen ging rijden of er was weer een evenement of bruiloft of vergadering. Balen was dat weer. Het gevoel zat tussen agressie en verdriet. Ik heb ook weet niet hoe vaak gedacht dat hij het bijna deed, ik was bijna klaar. Nou vergeet het maar. Wat je dan allemaal nog tegen komt, ook aan kleine onderdelen, vreselijk (ook financieel). 
Telefoon:  "Ja, met Tom, heb je even tijd?" "jewah". "Loop maar vast naar de box, busje komt zo. Laad alles maar in,  Arie en ik gaan er mee bezig anders komt dat ding nooit af". Daar ging mijn Harley. Dan denk je nog 'nou, hij is zo klaar', vergeet het maar weer. Ik had wel een koppelingshuis, maar geen inhoud, en ga zo maar door. Duizend dingen ontbraken en duizend dingen gingen mis (of gebroken bouten, niet passende onderdelen enz.). Ik heb vorige zomer als een soort neuroot met de helm op, op de camping gezeten (echt waar). De helm kwam goed van pas want ze gingen boemerang gooien, maar eigenlijk had ik hem bij me omdat de Harley steeds bijna af was.
Ik wou ook steeds meedoen, want wou toch zoveel mogelijk mijn eigen Harley bouwen, maar werd subtiel geweerd. Ik kost gewoon teveel tijd. Daar komt nog bij dat zowel Tom als Arie, als ik in een dal(letje) terecht kwam,    . . . .????? . . .   zodat ik na mijn hartinfarct in september mij serieus af stond te vragen of ik het allemaal nog mee mocht maken.

Het mooie van dit verhaal is, dat tijdens het schrijven van dit epos het echt gebeurt. De telefoon is weer gegaan: "Ja, met Tom, heb je even tijd? Moet je horen" (startende Harley). Ik ben bij de geboorte van mijn beide kinderen geweest en het is misschien raar gezegd maar ik kreeg even weer dat oergevoel, dat kippevel. Mijn leven was al beïnvloed, maar vanaf nu totaal beheerst door de geboorte van een Harley-Davidson en wel die, die ik altijd heb gewild. 's Morgens gelijk bij Tom op de koffie: "Ja, er moet nog het een en ander gebeuren, maar binnen een week heb je hem thuis" (een couveuse kindje). Ik had gisteren vier kleine kindertjes spelen. Preston gebeld: "We komen zwemmen". 
Stopt er vijf minuten voor we weg willen gaan de H-D bus van Tom, de bel gaat: "We komen je wat brengen". Ik denk nog even, dat kan niet waar zijn. Maar als ik onze Freek hoor zeggen:"Papa, de kabouter is er weer met Harley-Tom", weet ik dat het moment is aangebroken. Freek heeft het geloof in Sinterklaas bijna verloren maar hij weet niet zo zeker als ik dat kabouters bestaan. Belangeloos hebben ze onze tandjes verwisseld voor een dubbeltje of snoep. Ze waren altijd net even weg als ik mee wou doen of ze wou ontmoeten. Ik heb 44 jaar moeten worden om ze eindelijk te mogen zien. Mijn kabouters Tom en Arie, jullie snappen wel wat ik wil zeggen. Ik ben in mijn leven het vertrouwen in wie dan ook behoorlijk kwijtgeraakt. Dan komen er toch weer mensen op je pad die je door elkaar rammelen. Hallo, ik ben er ook nog en wel te vertrouwen. Vertrouwen is voor mij onvoorwaardelijk maar vooral ook het toelaatbaar zijn van 'even niet', zwakte, sterkte en boven al eerlijkheid. Puur gaat nog boven trouw. Je zult zeggen waarom wordt hij nu emotioneel? Dat is omdat op het moment mijn (onze) Liberator werd uitgeladen en ik kijk naar mijn droom maar er gebeurt zoveel op dat moment, de clou is natuurlijk dat het eindelijk zover is maar wat er gebeurt is chaos. Kinderen, zwemmen, Arie , Tom. Mijn oudste zoon Thijs weet het beter te plaatsen: "Papa, je zult nu wel moeten huilen" (ik kan dat dus even niet). "Nee Thijs, geeft niet, heb ik al gedaan". Ik zie mijn droom werkelijkheid worden. En ik zie tegelijkertijd Arie staan, die vreselijk mooie uitstraling heeft van: Nou? nou? nou? Hij is er eindelijk vanaf maar ook zo blij. Net zo blij als ik met wat ik zie. Tom doet er 10 minuten over om 2 plankjes in de bus te leggen en zijn kleedjes te ordenen. Ik durf niet, dus rijdt Arie de motor naar de garage. Tijdens het zwemmen ben ik net als vele nachten voorheen aan het rijden. De ene hand wast de andere. Ik hoef niet in tranen uit te barsten op het moment dat het zou moeten. Ik doe dat alleen, maar met de wetenschap dat kabouters echt bestaan en ik nog veel van ze kan leren.

Daar stond ik dan, met mijn kersverse Liberator, honderd keer naar de garage op en neer gelopen, want hij mocht niet in de woonkamer. Stom hè? Niet op rijden, zei Tom. Eerst poetsen, de laatste karweitjes afmaken en dan gaan we wel samen buitenaf leren rijden, want een WL rijdt heel anders dan een gewone motor. Bovendien zie eerst maar eens dat je hem aan de praat krijgt. Nou had ik natuurlijk van de zenuwen maar half opgelet bij de uitleg van de startprocedure en dus het één en ander verkeerd onthouden. De volgende dag als eerste natuurlijk naar de motor en ik dacht echt dat ik Tom en de wereld wel versteld zou doen staan, door op de motor naar hem toe te komen rijden. Als eerste is het wel handig om de benzinekraan los te draaien. Het voortrappen had ik ook nog onthouden, twee à driemaal met de choke dicht. Dat je daarna de choke weer twee klikjes open moet doen, had ik niet gehoord. Het ergste was dat ik wel gehoord had van voor- en na-ontsteking, maar niet wist hoe je dit moest gebruiken. Ik probeerde dus alle standen maar uit, het is jammer dat er geen foto's of filmpjes gemaakt zijn, want nu gelooft natuurlijk niemand, dat ik heel lenig ben. Ik kon in één keer heel snel mijn been in mijn nek leggen en ook heel hoog springen. Nu heb ik inmiddels geleerd dat dit de na-ontsteking moet zijn geweest. Veel zweet maar niet starten dus. Na vele dagen en veel vragen kwam ik steeds iets verder. Tom kreeg hem wel aan, dus hij deed het wel. Ik de volgende dag zoals elke dag weer proberen. Maar oh, grote schrik het fijne van het ritueel had ik nog steeds niet begrepen. Deze conclusie moest ik wel trekken toen er wat rook uit het luchtfilter kwam. Dat beetje rook werd veel rook en ineens zei die rook POEF.
Ja hoor, mijn droom stond in de fik. Ik riep naar Thijs dat hij een emmer met water moest halen, maar toen hij daar mee terug kwam had ik het gelukkig al gedoofd met een oude deken. Achteraf alweer een geluk, want een motor blussen met water schijnt niet zo'n succes te zijn. Dit in de fik vliegen is mij in totaal drie keer gelukt. De laatste keer was bij de supermarkt waar mensen vol bewondering naar mijn prachtige Harley en blitse nieuwe jas stonden te kijken. Toen mijn stoere blik tijdens het starten oversloeg in een wat angstige en ik mijn jas uittrok, terwijl het erg koud was en daar tot ieders verbazing mijn motor mee begon te omhelzen, snapte niemand er meer wat van. Ik heb daar nog ongeveer een kwartier heel koel uit staan leggen wat ik zelf ook niet snapte. Knap hè?

Afijn, ik had Arie tijdens een clubavond het geheim van het starten ontfutseld. Tom baalde daarvan, want het gevaar, dat ik zou proberen te rijden werd nu wel heel groot. Als ik precies deed wat Arie zei, startte hij direct. Na een paar keer toch niet erg durven, besloot ik een stukje in de eerste versnelling te proberen. De motor starten, achterwaarts de garage uit, in de 1 trekken en BOEM-BOEM, daar stond ik weer binnen. Gelukkig nog redelijk rechtop.
Het koppelingspedaal maar eens naar achteren getrapt. Ging ook niet. Ik Willem K. gebeld, over hoe dat nou moest. Ik kom wel even zei Willem. Nadat Willem in een elegante, maar toch vrij goed gelukte poging had gedemonstreerd hoe het moest, moest ik er dus aan geloven. Ik heb mijn eerste 100 meter. gereden. Wim beweerde, dat hij de eerste 20 meter er achteraan had gerend, mij rechtop houdend, alsof hij een kind leerde fietsen. Ik had het te druk om dat te merken. Goed, elke dag iets verder. Na een paar dagen bij Tom op de koffie en zo elke dag wat meer. Ik heb uiteraard heel wat keren stilgestaan, en bij menig stoplicht me de pleuris staan trappen maar het gaat steeds beter, ik krijg al conditie. Op een zaterdag naar Tom om de tassen en scherm erop te zetten; allebei toch wel heel handig. Een scherm vooral als je lenzen draagt. Toen ik daar zeer gelukkig wegreed, stond ik een paar honderd meter verder stil. De remmen deden het nu wel (ik reed al drie weken zonder achterrem), maar de motor wou niet meer. Na een deskundig onderzoek mijnerzijds kwam ik er achter dat de benzine op was. Afijn, op de reserve naar huis. Ik durfde hem niet meer uit te zetten om te tanken, want ik had het gevoel dat er wat meer aan de hand was. Gelijk kreeg ik, want toen ik thuis gekomen weer wou starten gaf hij geen contact meer. De zekering was door. Nieuwe gehaald. Hij wou weer starten, maar als ik hem weer uit zette, knalde de zekering weer door. Ik had en multi-meter gekocht, en was heel blij met de cursusavond Elektro, omdat ik van zo'n ding ook geen verstand had. Ik durfde nooit het pooltje in 220 wissel te stoppen, omdat ik dacht dat hij dan POEF zou zeggen. Aan het eind van onze cursusavond nog even aan de leraar gevraagd of dit wel kon. Ja hoor, geef maar hier. Wij dat ding in 220 en zie daar: POEF zei die. Ik heb van Conrad gelukkig een nieuwe gekregen, maar zat nu dus even zonder.
Het lijkt wel of ik het aantrek. De volgende dag maar een vriend gebeld, die was elektricien en had dus een metertje. Het contactslot bleek niet meer te isoleren en maakte dus op alle fronten sluiting. Ik hoefde hem niet eens meer op contact te zetten, hij sloeg elke nieuwe zekering gelijk door. Gelukkig had ik nog een ander slotje liggen. Deze gemonteerd en jawel, hij doet het weer. Ik heb inmiddels ook het een en ander aan gereedschap bij me, want ik ben al de nodige boutjes en moertjes verloren (koplamp, kickstarter). Ik maak nu al tochtjes naar plaatsen in de buurt: Boekelo, Delden, Vroomshoop, enz. Nog een paar weekjes en ik heb mijn eerste 500 km erop zitten, dan mag ik harder dan 50 km/uur. Ik zit nu op ongeveer 60 km, maar tegen de tijd dat jullie dit lezen ben ik wel bij de 500 (nog drie weken), en mag ik ook wat grotere afstanden maken. Dit is ook de reden dat ik stop met schrijven van dit verhaal, omdat anders straks iedereen doodsbenauwd is dat ik mee ga rijden met de clubritten. Een voordeel van al dat geklungel van mij is dat ik straks overal verstand van heb omdat ik het zelf mee heb mogen maken. Ik wens mezelf en jullie heel veel rij plezier toe en ik ben ervan overtuigd dat dat ons wel zal lukken.

Tot ziens, Hans

logo